Janneke Plantenga: 'Er is nog een wereld te winnen.'

Hoogleraar Economie aan de Universiteit van Utrecht

Janneke Plantenga: 'Er is nog een wereld te winnen.'

Hoe kijk je aan tegen flexibel werken (tijd- en plaatsonafhankelijk werken)? 
“Flexibel werken is belangrijk om onder andere betaald werk te kunnen combineren met andere activiteiten zoals zorg en scholing. In Nederland hebben we vooral deeltijdwerk geïntroduceerd voor allerlei combinatiewensen. Het is belangrijk dat die deeltijdoptie blijft bestaan, maar tijd- en plaatsonafhankelijk werken opent de mogelijkheid om op woensdag met je zoon naar voetballen te gaan, of op dinsdagochtend als voorleesmoeder actief te zijn op de school van je dochter, zonder dat je per se in deeltijd hoeft te werken. Daarom is flexibel werken erg belangrijk. Daarnaast opent het ook nog allemaal mogelijkheden om iets minder in de file te staan - ook niet onbelangrijk.  Voor de werkgever speelt het een rol dat er efficiënter met kantoorruimte kan worden omgegaan terwijl er ook aanwijzingen zijn dat flexibel werken een positieve invloed heeft op de productiviteit.” 

Hoe flexibel werk je zelf?

“Ik werk aan de universiteit en dat betekent dat je overal en altijd kunt werken. Wij worden vooral op onze output afgerekend; als je maar genoeg publiceert en als je onderwijs maar goed wordt geëvalueerd, vindt iedereen het prima. Toch vind ik het wel prettig om een zekere regelmaat te hebben. Ook de onderwijsuren staan natuurlijk allemaal vast. Ik neem dus bij voorkeur de trein van 8.15 (en dat is dus helemaal niet zo flexibel!). Alleen als mijn dochter het eerste uur vrij heeft (en ik heb om 9.00 geen vergadering), ga ik een uurtje later.”     

Hoe ziet volgens jou de toekomst van flexibel werken er uit?

“Ik denk dat we nog een wereld te winnen hebben. Eigenlijk is het natuurlijk heel raar dat Nederland tussen zeven en negen massaal naar een paar punten in het land trekt om vandaar uit te gaan werken, terwijl dat voor een belangrijk deel niet meer noodzakelijk is. We moeten de organisatie van de werkplekken weer opnieuw afstemmen op de organisatie van het werk. Helemaal flexibel kan niet; veel werk vereist ook de fysieke aanwezigheid, maar meer flexibel dan we nu doen is zeker mogelijk.”  
 

Vind je dat flexibel werken relatief moeizaam van de grond komt, en zo ja, wat is daarvan de reden?

“Dat is een interessante vraag, want eigenlijk zijn de mogelijkheden er al veel langer. Ik denk dat er een paar zaken spelen. Mensen zijn gewoontedieren en zijn gehecht aan vaste routines (zie mijn trein van 8.15).  Verder hechten mensen ook aan collega's - en de vaste rituelen met deze collega's. Bij flexibel werken moet je dat deels opgeven. Verder denk ik dat wij lange tijd alle wens tot flexibiliteit hebben beantwoord met deeltijdwerk. Internationaal gezien zijn wij kampioen deeltijdwerk. Maar op flexibel werken scoren we veel minder hoog. Ik denk dat de grote acceptatie van deeltijdwerk wat van de druk om te komen tot plaats- en tijdonafhankelijk werken, heeft afgehaald. Inmiddels zitten we aan de grenzen van het deeltijdmodel en neemt de druk om flexibel te werken toe.”   

Wat moet er volgens jou gebeuren om het onderwerp verder te brengen?

“Om te beginnen moet er een zekere overeenstemming komen over het probleem. Er verandert niets als er niet een zeker gevoel van urgentie is. Ook heel belangrijk is enige duidelijkheid over wie doet wat. Vooral sociale partners zijn hierbij aan zet. Heel belangrijk daarbij is dat er wordt onderhandeld op basis van vertrouwen. Het gaat kortom om volwassen arbeidsverhoudingen met respect voor elkaars verantwoordelijkheden.”

 

 




Download  Meer info

Stel uw vraag aan een expert

vraag het hier

De Nationale Flexmonitor

Startpunt en kansen voor uw organisatie

naar de monitor

Belangrijk:

doe de test

Over Flexibelwerken.nl

lees hier